Laatste update: 11-6-2026 11:33 uur
In deze eerste periode van leerjaar twee gaan we door waar we vorig jaar zijn gebleven. Nu kan het zijn dat je van een andere school komt en daar geen of amper Duits hebt gehad. Geen zorgen, we behandelen ook veel stof van vorig jaar. In deze periode werk je met boek 3 (op de voorkant drie dames met allemaal een muts, middelste heeft ook nog een sjaal).
A (bkt2p1a) woordjestoets 5
Deze woordjes moet je kennen voor je eerste schriftelijke overhoring (woordjestoets) in leerjaar 2. Deze is ergens in de week van 15 tot 19 september. Je leert deze woordjes van Nederlands naar Duits en omgekeerd. Hoe meer woordjes je kent, hoe beter je straks Duits spreekt.
'school en opleiding'
1 die Schule - de school
2 das Klassenzimmer - het klaslokaal
3 der Schüler - de leerling (m)
4 die Schülerin - de leerling (v)
5 der Lehrer - de leraar
6 die Lehrerin - de lerares
7 das Fach - het vak
8 die Aufgabe - de opdracht
9 das Buch - het boek
10 das Heft - het schrift
11 der Stift - de pen/stift
12 der Bleistift - het potlood
13 der Kugelschreiber - de balpen
14 das Lineal - de liniaal
15 der Radiergummi - de gum
16 das Papier - het papier
17 lesen - lezen
18 schreiben - schrijven
19 lernen - leren
20 verstehen - begrijpen
21 die Prüfung - het examen
22 die Note - het cijfer
23 bestehen - slagen
24 durchfallen - zakken
25 der Stundenplan - het lesrooster
26 die Pause - de pauze
27 die Tafel - het (school)bord
28 die Universität - de universiteit
29 das Studium - de studie
30 der Student - de student
Deze toets telt 1 x mee
______________________________________________________________________________________________________________________________________________
(bkt2p1b) Powerpointpresentatie I
Je tweede toets voor deze periode is een praktijkopdracht. Je maakt een powerpointpresentatie over een onderwerp naar keuze, maar het moet wel te maken hebben met Duitsland. Je hoeft deze powerpoint niet te presenteren, maar je stuurt deze naar je docent en die geeft er een cijfer voor.
Uit welke onderwerpen kan je kiezen?
1 Bekend Duits gerecht
2 Duitse stad (behalve Berlijn, deze kan je NIET kiezen)
3 Bekende Duitser (levend of al overleden)
4 Voetbalclub (uit de Bundesliga)
5 Duits merk (haribo, BMW)
6 Een eigen idee, deze moet je wel eerst laten goedkeuren
Deze opdracht telt mee voor je inzetcijfer in periode 1
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________
C (bkt2p1c) Mondeling: iets bestellen in een restaurant
Je hebt elke periode een mondelinge toets. Dit doe je omdat spreken veruit het belangrijkste is bij het leren van en taal. Je leert in deze periode om iets te bestellen in een restaurant. Jij leert het nuvolgende gesprek uit je hoofd. Tijdens het mondeling doe jij de rol van de gast.
Ober: Guten Tag / Guten Abend, wilkommen in unserem Restaurant
(goedendag / goedenavond , welkom in ons restaurant)
Gast: Guten Tag/ Guten Abend. Haben Sie noch einen Tisch für zwei Personen?
(Goedendag, goedenavond, Heeft u een tafel voor twee personen?)
Ober: Ja, wir haben noch Platz für Sie. Folgen Sie mir bitte. Kann ich ihnen schon etwas zu trinken bringen?
( Ja, we hebben nog plaats voor u. Volgt u mij alstublieft. Wat wilt u drinken?)
Gast: Ich hätte gerne eine Cola
(Ik zou graag een cola willen)
Ober: Bitte, eine Cola. Was möchtet ihr zum Hauptgericht bestellen?
(Alstublieft, een cola. Weet u al wat u wil eten?)
Gast: Als Hauptgericht hätte ich gern die Pommes mit Mayo
( Als hoofdgerecht wil ik graag friet met mayonaise)
Ober: Bitte, Pommes mit Mayo
(alstublieft, friet met mayo)
Gast: Ich möchte gerne zahlen
(Ik zou graag betalen)
Ober: Zahlen Sie Bar oder mit Karte?
(Betaalt u contant of met pin?)
Gast: Ich zahle bar
(Ik betaal contant)
Ober: Also, fünfundneunzig Euro bitte. Brauchen Sie Beleg dazu?
(Dat is dan 95 euro alstublieft. Wilt u het bonnetjes?)
Gast: Ja bitte / Nein, das brauche ich nicht
(Ja graag / nee, dat is niet nodig)
Ober: Dann wünche ich ihnen einen schönen Tag / Abend und auf wiedersehen
(Ik wens u nog een fijne dag / avond en tot ziens)
Gast: Tsuß!
(Tot ziens!)
Deze toets telt 3 x mee
______________________________________________________________________________________________________________________________________________
E (bkt2p1e) Proefwerk periode 1
Elke periode wordt afgesloten met een proefwerk. Voor dit proefwerk aan het einde van periode 1 leer je de volgende dingen:
(Herhaling) persoonlijke voornaamwoorden (boek 3, pagina 140 1A en 1A) Zie ook DEZE video
(Herhaling) vraagwoorden (boek 3 pagina 149 3C) Zie ook DEZE video
De getallen van 0-250 (boek 3 pagina 148 3A) Zie ook DEZE video
herhaling van de woordjes deze periode (zie bovenaan deze pagina woordjestoets 1)
Herhaling van de mondeling, maar dan schriftelijk (zie toets C mondeling een restaurant)
_____________________________________________________________________________________________________________________________
F (bkthv2p1f) weekplanner periode 1
Hieronder zie je de planner voor de hele periode. Zo zie je precies wat we doen per week en per lesdag. Ook zie je de toetsmomenten in rood en vakanties in het groen. De laatste week is steeds de toetsweek.