Laatste update: 13-1-2026 16:49 uur
Welkom in de derde periode dit schooljaar, die loopt totaan de voorjaarsvakantie. Dit is een hele korte periode! Ook nu heb je weer verschillende toetsmomenten. Op deze pagina vind je een overzicht van wat je allemaal gaat doen tot en met de vakantie. In deze periode werk je met boek 6 (op de voorkant een meisje met rood haar, een rugzak en een roodpaars geblokt overhemd).
A (vs9hvp3a) idioomtoets 3
In elke periode leer je een hoop nieuwe woorden. Hoe meer woorden je kent, hoe gemakkelijker je Duits spreekt en leest. De woordjestoets zal ergens gehouden worden in de week van 19 tot 23 januari. De woordjes die je moet kennen staan dit keer NIET in de boek, maar wel op deze pagina hieronder. Als je wil, kan ik 'm ook voor je printen. De woordjes hebben allemaal te maken met verkeer, wegen en straten. Dit omdat je mondeling gaat over de weg wijzen.
1 die Straße – de straat / weg
2 der Weg – de weg
3 die Autobahn – de snelweg
4 die Kreuzung – het kruispunt
5 Die Ampel – het verkeerslicht
6 das Verkehrsschild – het verkeersbord
7 der Bürgersteig – het trottoir
8 der Zebrastreifen – het zebrapad
9 der Kreisverkehr – de rotonde
10 die Brücke – de brug
11 der Tunnel – de tunnel
12 die Ausfahrt – de afrit
13 die Einfahrt – de oprit
14 der Stau – de file
15 der Verkehr – het verkeer
16 die Fahrbahn – de rijbaan
17 die Baustelle – de wegwerkzaamheden
18 der Parkplatz – de parkeerplaats
19 fahren – rijden - halten – stoppen
20 anhalten – tot stilstand komen
21 parken – parkeren
22 überholen – inhalen
23 abbiegen – afslaan
24 bremsen – remmen
25 beschleunigen – versnellen
26 verlangsamen – vertragen
27 ausweichen – uitwijken
28 folgen – volgen
29 blockieren – blokkeren
30 umleiten – omleiden
31 Breit – breed
32 eng – smal
33 gefährlich – gevaarlijk
34 sicher – veilig
35 leer – leeg
36 glatt – glad
37 das Tempolimit – snelheidslimiet
38 die Umleitung – de omleiding
39 der Fußgänger – de voetganger
40 der Radfahrer – de fietser
41 der Unfall – het ongeluk
Deze toets telt 1 keer mee
___________________________________________________________________________________________________________________________________
B (vs9hvp3b) grammatica 3 modale werkwoorden
Ook in deze derde periode krijg je weer nieuwe grammatica. Deze keer behandelen we de modale werkwoorden. In het Nederlands zijn dat werkwoorden zoals kunnen, willen, moeten, zulllen en mogen. Meer hierover kan je vinden in boek 6 op pagina 166 1J werkwoorden van modaliteit (1) en pagina 167 1K werkwoordebn van modaliteit 2
De toets over deze stof is ergens in de week van 9 - 13 februari, de week voor de voorjaarsvakantie.
Meer informatie en een uitlegvideo kan je HIER vinden).
Deze toets telt 1 keer mee
_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
C (vs9hvp3c) mondeling: de weg wijzen
In deze periode leer je om de weg te vragen en om de weg te wijzen. Hier horen de volgende zinnen bij. Tijdens het mondeling moet je ze zó combineren dat je de route juist omschrijft. Het gesprek volgt dus niet de volgorde zoals die hier staat! Deze mondeling za plaatsvinden vlak voor de voorjaarsvakantie
Bij dit teken / kies je steeds een van de woorden ervoor of erna
Tijdens de toets en later in de proefwerkweek, moet je de volgende vragen en antwoorden in het Duits kunnen uitspreken. Let op, je moet zowel de zinnetjes van docent als die van jezelf kennen!
Enschuldigung, darf ich etwas fragen?
(Pardon, mag u iets vragen?)
Ja natürlich, was kann ich für Sie tun?
( Ja natuurlijk, wat kan ik voor u doen?)
Wie komme ich zum bank/Bahnhof/Flughaven/Polizei/Hotel/schloss?
(Hoe kom ik bij de bank/treinstation/vliegveld/politie/hotel/kasteel?)
Gehe ....Meter geradeaus
(Ga ... meter rechtdoor)
Dann die erste/zweite/dritte Straße rechts/links
(Daarna de eerste/tweede/derde straat rechts/links)
Nach ungefähr ... Metern kommen Sie an eine Ampel/ Kreuzung/Kreisverkehr/ Brücke
(Na ongeveer ... meter komt u bij een stoplicht/kruising/rotonde/brug)
Bei der Ampel/ Kreuzing/Kreisverkehr/ Brücke müssen Sie links/rechts/ geradeaus
(Bij het stoplicht/kruising/rotonde/brug moet u links/rechts/rechtdoor)
Dann gehen Sie über die Brücke
(U gaat de brug over)
Die Treppe hoch/runter
(De trap omhoog/naar beneden)
Gehen Sie hier links/rechts um die Ecke
(Ga hier link/rechts de hoek om)
Dann sind Sie da. Es dauert etwa ... Minuten
(Dan bent u er. Het duurt ongeveer... minuten)
Vielen dank
(Dank u wel)
Gerne
(Graag gedaan)
Deze toets telt 3 x mee
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
D (vs9hvp3dlk) Bekende Duitsers
Is er nog tijd over, dan maken jullie kennis met enkele beroemde en bekende Duitsers uit de (na-oorlogse) Duitse geschiedenis. Een daarvan is in elk geval Marlène Dietrich. We kijken haar meest beroemde film 'Der Blaue Engel' in een verkorte versie.