Laatste update: 23-1-2026 10:18 uur
Welkom in de derde periode dit schooljaar. Ook nu heb je weer verschillende toetsmomenten. Op deze pagina vind je een overzicht van wat je allemaal gaat doen tot en met de toetsweek. Bezoek deze pagina regelmatig, want alles wat je moet weten staat hieronder. In deze periode werk je met boek 2 (op de voorkant een jongen in een rood shirt).
A (bkt1p3a) woordjestoets 3
Deze woordjes moet je kennen voor je derde woordjestoets in leerjaar 1. Deze is ergens in de week van 9 - 13 februari Je leert deze woordjes van Nederlands naar Duits en omgekeerd. Hoe meer woordjes je kent, hoe beter je straks Duits spreekt.
1 die Kleidung - de kleding
2 das Hemd - het hemd
3 die Hose - de broek
4 der Pullover - de trui
5 die Jacke - het jack / de jas
6 der Mantel - de (lange) jas
7 de jurk - de jurk
8 der Rock - de rok
9 die Bluse - de blouse
10 die Schuhe - de schoenen
11 die Socken - de sokken
12 die Mütze - de muts
13 der Hut - de hoed
14 der Schal - de sjaal
15 Die Handschuhe de handschoenen
16 der Anzug - het pak
17 die Brille - de bril
18 anziehen - aantrekken
19 ausziehen - uittrekken
20 tragen - dragen
21 die farbe - de kleur
22 blau - blauw
23 rot - rood
24 grün - groen
25 schwarz - zwart
26 weiß - wit
27 grau - grijs
28 gelb - geel
29 braun - bruin
30 rosa - roze
Deze toets telt 1 x mee
_____________________________________________________________________________________________________________________________________
B (bkt1p3b) Poster Duitse artiest
Gedurende een hele les maak je een poster over een Duitse zanger(es) of Duitse band naar keuze. In de lessen daarvoor behandelen we een aantal bekende artiesten waar je uit kan kiezen, maar uiteraard mag je ook zelf iemand zoeken. Die poster mag je vormgeven zoals je zelf wil; kleurpotloden, stiften, verf, foto's, collages. Alles mag. Je krijgt een cijfer voor inzet, originaliteit, resultaat, vormgeving en volledigheid. Deze praktijkopdracht wordt gehouden in de laatste twee weken vóór de toetsweek en vlakvoor je mondeling.
Wat moet je in elk geval op je poster vermelden?
1 De naam van de artiest
Indien niet eigen naam maar een bandnaam of een artiestennaam, leg uit wat deze naam betekent. Vermeld ook leeftijd, waar ze vandaan komen, hoelang maken ze al muziek? Welke nummers zijn ooit hits geweest?
2 Wat voor muziek het is (beschrijf de stijl, soort muziek / stroming, welke instrumenten hoor je, hoe wordt er gezongen, waar zingen ze over, kan je er op dansen?)
3 Minimaal 3 fotos (zoeken via internet en dan printen en uitknippen)
4 Minimaal drie nummers van deze artiest vermelden, plus de Nederlandse vertaling
Vertel hoe de nummers heten en, wanneer ze zijn uitgekomen.
Je hebt een voldoende als je:
zorg besteedt aan de vormgeving (ziet het er leuk om naar te kijken?)
optimaal gebruik maakt van de ruimte op je papier (Is alles mooi verdeeld)
op tijd klaar bent, je hebt twee lesuren
je naam vermeldt op de poster, anders kan ik hem niet beoordelen
aan alle eisen uit de opdracht voldoet
LIJST MET DUITSE ZANGERS/ARTIESTEN/BANDS, OF ZOEK ER ZELF EEN, DEZE MOET JE WEL EERST LATEN GOEDKEUREN DOOR JE DOCENT
1 Rammstein
2 Nena
3 Marianne Rosenberg
4 Nina Hagen
5 Heino
6 Marlene Dietrich
7 Kraftwerk
8 Peter Fox
9 Tokyo Hotel
10 Matthias Reim
11 Helena Fisher
12 Mark Forster
13 Udo Lindenberg
14 Wir sind Helden
15 Namika
16 Die Toten Hosen
17 Cro
18 Andreas Bourani
19 Yvonne Catterfeld
20 Die Fantastischen Vier
21 Wincent Weiss
22 Sabrina Setlur
23 JuJu (Judith Wessendorf)
24 Sido
25 Die Prinzen
26 Die Ärzte
27 Falko
Deze toets telt 1 x mee
_____________________________________________________________________________________________________________________________________
C (bkt1p3c) Mondeling: iets kopen in een winkel
In deze periode leer je om iets te kopen in een winkel.
Je leert het gesprek zowel als klant alsook als verkoper.
Klant: Guten morgen / Guten Tag / Guten Abend
(goedemorgen/goedendag/goedenavond)
Verkoper: Kann ich Ihnen helfen?
(goedemorgen/goedendag/goedenavond. Kan ik u helpen?)
Klant: Ja, gerne. Ich hätte gerne ....
(Ja graag, ik zoek..../ik zou graag....... willen)
Verkoper: Aber natürlich, einen Moment bitte.
(Uiteraard, een momentje/volgt u mij/alstublieft, hier is het)
Klant: Ah danke. Was kostet das
(Dank u. Wat kost het / wat kosten de...)
Verkoper: Es kostet sechs Euro
(Het kost zes euro)
Klant: Ich möchte gerne Bar zahlen/ mit Karte zahlen
(Ik wil graag met contant geld betalen/ met pin betalen)
Verkoper: Brauchen Sie das Beleg
(Wilt u de kassabon?)
Klant: Nein Danke / Ja gerne. Vielen dank und auf wiedersehen
(Nee dank u / graag. Dank u. Tot ziens)
Zoek zelf een product dat je wil kopen en zoek op wat dat in het Duits is. Leer ook de getallen, zodat je weet wat iets kost.
Deze mondeling telt 3 keer mee!
_____________________________________________________________________________________________________________________________________
D (bkt1p3dlk) Zwitserland
De themaweek in deze periode gaat over Zwitserland. In dit land wordt ook Duits gesproken, dus is het belangrijk om er iets over te weten. In de eerste les maak je kennis met het land en maak je een openboektoets, waarna je de vijf belanghrijkste dingen te horen krijgt die je moet onthouden over Zwitserland.
_____________________________________________________________________________________________________________________________________
E (bktp3e) proefwerkweek 3
Dit moet je leren voor je proefwerk Duits in de toetsweek 3 (30 maart - 3 april)
- a De esttentenregel (boek 2 pag 138 1D, zie ook DEZE pagina)
- b lidwoorden der/die/das (boek 2 pag 140 2C, zie ook DEZE pagina)
- c getallen 0-75 (boek 2 pag 141 3A, zie ook DEZE pagina
- d woordjes (staan niet in boek, wel bovenaan deze pagina (bkt1p3a)
- e zinnetjes mondeling (staan niet in boek, wel op deze pagina (bkt1p3c)