Laatste update: 5-3-2026 om 09:57 uur
Welkom in de vierde periode dit schooljaar, die loopt totaan de meivakantie. Dit is wederom een extreem korte periode. Ook nu heb je weer twee toetsmomenten. Op deze pagina vind je een overzicht van wat je allemaal gaat doen tot en met de vakantie. In deze periode werk je met boek 6 (op de voorkant een meisje met rood haar, een rugzak en een roodpaars geblokt overhemd).
(Deze planning is aangepast nadat bleek dat jullie klas 2 weken op stage gaat en er ook nog een toetsweek is).
A (vs9hvp4a) idioomtoets 4
In elke periode leer je een hoop nieuwe woorden. Hoe meer woorden je kent, hoe gemakkelijker je Duits spreekt en leest. Het thema in deze periode is 'het hotel' dus ook een woordenlijst die daarop aansluit. De woordjestoets is ergens in de week van 23 tot 27 maart 2026, vlakvoor de meivakantie.
1 das Hotel - het hotel
2 das Zimmer - de kamer
3 das Einzelzimmer - de eenpersoonskamer
4 das Doppelzimmer - de tweepersoonskamer
5 die Rezeption - de receptie
6 der Schlüssel - de sleutel
7 die Reservierung - de reservering
8 buchen - boeken / reserveren
9 übernachten - overnachten
10 der Gast - de gast
11 der Aufenthalt - het verblijf
12 das Frühstück - het ontbijt
13 das Frühstücksbuffet - het ontbijtbuffet
14 das Restaurant - het restaurant
15 die Bar - de bar
16 der Aufzug - de lift
17 die Treppe - de trap
18 der Flur - de gang
19 das Bett - het bed
20 das Badezimmer - de badkamer
21 die Dusche - de douche
22 die Badewanne - het bad
23 das Handtuch - de handdoek
24 die Seife - de zeep
25 der Fernseher - de televisie
26 das WLAN - de wifi
27 der Zimmerservice - de roomservice
28 auschecken - uitchecken
29 einchecken - inchecken
30 die Rechnung - de rekening
C (vs9hvp4c) Een kamer boeken in een hotel
In deze periode leer je om een kamer te boeken in een hotel. Je leert zowel de zinnen van de klant als die van de receptionist, zodat je weet waar je op moet reageren.
Gast: Guten Tag, haben Sie noch ein Zimmer Frei?
(Goedendag, heeft u nog een kamer vrij?)
Receptionist: Einzelzimmer oder Doppelzimmer?
(Een eenpersoonskamer of een tweepersoonskamer?)
Gast: Ein Doppelzimmer, bitte. Für zwei Nächte
(Een tweepersoonskamer graag. Voor twee nachten)
Receptionist: Habe ich noch
(Die heb ik nog vrij)
Gast: Wie teuer ist es?
(Hoe duur is het?)
Receptionist: 70 Euro pro Zimmer, pro Nacht
(70 euro per kamer per nacht)
Gast: Ich nehme das Zimmer
(Ik neem de kamer)
Receptionist: Ihr Name bitte?
(Uw naam alstublieft)
Gast: Mein Name ist ....
(Mijn naam ist ....)
Receptionist: Postleitzahl, Wohnort und Ihre Telefonnummer bitte?
(Postcode, woonplaats en uw telefoonnummer alstublieft?)
Gast: Mein Postleitzahl ist ... , ich wohne in .... und mein Telefonnummer ist ......
(Mijn postcode is ....., ik woon in ..... en mijn telefoonnummer is .......)
Receptionist: Alles Klar. Können Sie hier bitte unterschreiben?
(Dat was het. Mag ik alstublieft uw handtekening?)
Gast: Natürlich. Bitte sehr
(Natuurlijk, alstublieft)
Receptionist: Ihre Zimmernummer ist 209. Ich wünsche Ihnen einen angenehmen Aufenthalt
(Uw kamernummer is 209. Ik wens u een aangenaam verblijf).
Gast: Danke. ciau
(dank u. Tot ziens)
Deze mondeling telt 3 keer mee!